08 jun 2014

De kater van de renteswap

Alfred heeft een bloeiend bedrijf in de transportsector. Om verder door te groeien, sluit hij in 2008 een lening af van 550 duizend euro. De variabele rente staat op dat moment laag. Ter bescherming tegen een mogelijke stijging, kiest Alfred voor een zogenaamde renteswap, in die tijd een gangbaar product bij MKB’ers.

Het gaat goed met het bedrijf en vier jaar later kan Alfred de lening aflossen. “Op dat moment werden wij geconfronteerd met een boeterente van 76 duizend euro”, zegt de ondernemer.

Wat was er gebeurd? De financiële crisis zorgde voor een scherp dalende rente, waardoor Alfreds schuld bij de bank in rap tempo toenam. Dat was hem nooit verteld toen hij het rentederivaat afsloot, zegt Alfred. Hij voelt zich gedupeerd. En misleid. Want de bank had hem toch een vaste rente beloofd? Zou de swap niet goedkoper zijn dan de reguliere vaste rente? En was de bedoeling nu niet juist geweest om de risico’s te beperken?

Nu zit Alfred met een negatieve waarde van de renteswap van driekwart ton. Wat hij wil is “genoegdoening voor het feit dat wij met zo’n onrechtvaardig instrument geconfronteerd zijn geworden, dat ons dat aanbevolen is, dat ons dat niet past. Dat had de bank, denk ik, kunnen weten. Daar zijn wij teleurgesteld over en daar willen wij genoegdoening voor.”

Alfred heeft de steun van de Autoriteit Financiële Markten. De AFM zegt dat banken moeten zorgen voor een oplossing als blijkt dat ze ondernemers onvoldoende hebben voorgelicht bij de verkoop van derivaten zoals de renteswap. Banken hebben vaak een te gunstig beeld gegeven van de risico’s, zo stelt de AFM.

Binnenkort kunnen kleine ondernemers die een klacht hebben over de dienstverlening van hun bank zich wenden tot het financiële klachteninstituut Kifid. Dat kunnen ze momenteel nog niet. Minister Dijsselbloem van Financiën wil dat vertegenwoordigers van de banken en ondernemers onderling afspreken zich aan uitspraken van het Kifid te houden.